Thema 2 – Modale werkwoorden 1
In de zinnen van de volgende oefening ontbreekt een woord. Kies het juiste woord, zodat je een goede zin krijgt.
Met een staatslot ... je miljoenen winnen.
- moet
- kun
- mag
De winnaar van de finale ... vijf rondjes rond de aarde vliegen.
- moet
- wil
- mag
Hij ... wel eerst een training volgen.
- zal
- moet
- kan
Wie ... niet zo’n ruimtereis winnen?
- gaat
- mag
- wil
We ... zien wie de winnaar wordt.
- zullen
- mogen
- moeten
Ik ben de winnaar. Ik ... een ruimtereis maken.
- zal
- ga
- moet
Voor een fietsvakantie ... u geen eigen fiets mee te nemen.
- hoeft
- moet
- gaat
We ... vandaag een interessante tocht maken.
- mogen
- kunnen
- gaan
We ... over de dijk fietsen of langs de grote weg.
- kunnen
- zullen
- willen
Ik ... vandaag geen kilometer meer fietsen.
- moet
- wil
- mag
We ... twee nachten in Groningen blijven.
- zullen
- hoeven
- gaan
Je ... zelf kiezen of je de korte of lange route neemt.
- wilt
- gaat
- mag