Hoofdstuk 3

Betrekkelijke voornaamwoorden - oefening 2

Combineer de twee zinnen. Gebruik een betrekkelijk voornaamwoord.

Let op de plaats van de werkwoorden.
Let op: spaties, komma's en punten in je antwoord moeten precies kloppen. Als hierin iets fout is, rekent het programma je antwoord fout.